NIEUWS
Ik weet niet hoe het bij u zit maar ik krijg nog steeds graag brieven, net zoals ik nog steeds graag Lp's afspeel, Cd's wat minder, graag zelf mayonaise draai en mijn denkbeeldige vriendin naakt doorheen de ruimte zie struinen, al dien ik de al te snel afgeleide lezer hierbij te waarschuwen dat de nadruk dient te liggen op 'denkbeeldig'. Nu ja, nu u toch bezig bent...
Deze pagina heeft tot doel net de verbinding tussen verbeelding en de lezer tot stand te brengen. Ieder van onze zeven pseudoniemen zal op regelmatig tijdstip de pen ter hand nemen om zich, en op dit punt heb ik werkelijk naar het juiste woord dienen te zoeken en na rijp beraad tot de term 'te uiten' beslist. Het zal een 'uiting' zijn van gevoelens, frustraties, bevindingen, ervaringen, verwrongen verhalen, het leven hier in het KunstenThuis, de belevenissen buiten als KunstenEscort, kortom een staalname zonder aanzien des persoon waarbij alle sponsornamen op de nodige discretie kunnen rekenen. Er bestaat immers nog steeds zoiets als beroepsgeheim en wie anders dan de Verbeelding zou daar meer aanspraak mogen op maken.
Er is iets raars aan de hand met de hele idee van een Nieuwsbrief. Je probeert door middel van een bundel van geschriften, opmerkingen en weetjes de aandacht van je doelpubliek te capteren met als enige en unieke opzet meer tijd vrij te krijgen voor de Kunst, de projecten op zich. Alleen staat deze verhouding van tijdsinvestering om elders tijd vrij te krijgen op gespannen voet met zichzelf, een intern vibrato waarvan de tonen slechts bij aanvang te hanteren zijn vooraleer het hart zijn stem doorheen de woorden slaat. Dit is geen voorspelling, slechts niet meer dan een aanvoelen, een gewaarwording van de ideeën, de energie die er huist in de pseudoniemen die mij omringen. Waar het hart van vol is...
Het zal dan ook slechts een kwestie van woorden zijn vooraleer de geest afdwaalt, zich vernevelt doorheen gedachten, u tracht aan te spreken, te raken. Want verbeelding laat ons toe buiten onszelf te treden louter met de intentie de ander en vaak meer nog onszelf te raken, dit laatste schamper opgetekend als 'collateral damage'. Het is de schade die ons allen verbindt, fluisterend het verlangen tot ontmoeting aanwakkert, wij wensen u veel tonen in deze menselijke stilte van scherven.
PRELUDE VOORSPEL - EXTRALUDE BUITENSPEL
DE GEBOORTE VAN EEN NIEUW WOORD
Prelude: ik vind het een prachtig woord, omwille van de muzikale associatie, niet louter inhoudelijk, het ligt ook lekker in het oor, misschien omdat er voor mij ook een beetje het Franse de lente, 'Le printemps' in doorklinkt, ook het Latijnse 'ludere', 'spelen', natuurlijk, letterlijk 'pré/voor' het spel, de oorsprong van het woord. Ook al vond ik het dus een prachtig woord, ik twijfelde lang of het hier wel op zijn plaats was. Aan een eerste indruk is veel, zo niet alles gelegen. Buiten enkele grafredes was er mij nooit eerder om een officieel woordje verzocht en het woord officieel klinkt bij een grafrede alsof er verder niet veel keuze was, wat vanuit een bepaald perspectief uiteraard slechts bij te treden viel. Toch bleef er iets verontrustends spelen op de achtergrond, iets wat maakte dat het, naar mijn aanvoelen, vrolijke karakter van het woord mij ongemakkelijk stemde. Het spreekwoordelijk steentje in de schoen, de onbereikbaar zoemende mug, opflakkerend in elk aangekondigde stilte, zij trok mij opnieuw en opnieuw terug naar het computerscherm tot ik besloot de tekst te schrijven en pas achteraf de titel toe te voegen. Toen ik vanuit de zetel naar de schilderijen lag te staren, een soort kijken zonder te zien, waarbij kleuren, kaders, ruimtes in elkaar overliepen, zoemde het woord op de achtergrond. Ik liet het waar het was, trachtte mijn geest van de trillende vleugels te vrijwaren, niet omdat het stoorde maar omdat het andere gedachten belette, het leek een veelvoud aan ideeën die aan de poort van de zoemloze ziel hun opwachting maakten en op hun beurt een monotoon ritme van ter plaatse stampende voeten voortbrachten, een pas die vroeg om opvolging, voortzetting van de lijn van zijn beweging, een gedachte die bij haar intrede de ruimte innam en de mug verdreef. Mijn blik verstarde, zocht voor enkele ogenblikken de kaders van de schilderijen op, liet zich doorheen de glazen deuren, van de éne naar de andere kamer verschuiven, waarbij ik besefte dat ik het verkeerd had gehad. Verstaat u mij echter op de juiste wijze: mijn 'verkeerd' betrof niet het woord 'Prelude' An Sich, maar mijn, naar mijn mening, te beperkte invulling ervan. Het voorvoegsel 'Pre-', komend van het Latijnse 'Prae-' betekent 'Voor-' in tijd of in plaats, eerder in volgorde. Dat is bijna algemeen geweten, hoor ik velen denken, wat ook zo is, maar wat mij ontsnapte of beter gezegd datgene wat mij hierbij bleef storen was de directe verbinding, een bijna exclusief inclusief verband als het ware, tussen het voorvoegsel en het woord waaraan het verbonden is: in dit geval dus het 'Spel'. Sta mij toe mij even te verduidelijken: bij het woord pre-lude/voor-spel, gaan we ervan uit dat het voorspel direct een onderdeel, inleiding tot het spel betreft, zowel in de muziek als in de liefde betreft het een vóór-bereiding maar komen de latere thema's, opzetten van het spel reeds langzaam naar voren. De pre is dus steeds gedefinieerd in zijn betekenis door wat erachter komt en bezit geen enkele op zichzelf bestaande betekenis die los kan staan van het woord dat volgt. Dus: het betekent 'vóór' het spel in tijd maar dient 'louter en alleen' ter voorbereiding van het spel An Sich, een inclusieve verbinding waar niet buiten te treden valt, wat haar exclusief maakt. We denken er bijvoorbeeld niet aan het metselen van een muur als het voorspel van een muziekstuk te zien, toch zou je dit vóór het spel kunnen afhandelen. De inhoud van het 'voor'-spel wordt dus exclusief van inhoud voorzien door de natuur van het daarop-volgende muziek- of liefdesspel.
Laat het nu net deze exclusief inclusieve verbinding zijn die me tegen de borst stuitte. Indien we er het voorbeeld van de pre-historie bijhalen wordt deze verbinding misschien iets duidelijker: prehistorie = de geschiedenis vóór er sprake was een neergeschreven geschiedenis. Dit betreft een afbakening in de tijd die geen enkele regel oplegt aan wat eraan vooraf ging, integendeel. Dit verschil in betrekking op de inhoud, inclusief of exclusief, met een bijna exclusief inclusief als summum, stoorde mij in eerste mate onbewust maar naarmate de lijnen zich duidelijker begonnen af te tekenen drong de nood aan een nieuw woord zich steeds meer op.
T'Sjill, dit initiatief, vertrekt van 'buiten' het spel, vanop plaatsen die enkel mensen die de spelregels hebben overtreden behuizen. U begrijpt dat mocht ik bij aanvang van deze nieuwsbrief een prelude aanwenden ik mijzelf reeds iets toeschrijf, een vertrekpunt als het ware dat ons als organisatie, niet toekomt, terwijl tegelijkertijd héél ons wezen er net op gericht is aan het spel te kunnen deelnemen, er iets aan te kunnen bijdragen. Tegenover pre-lude wil ik dan ook graag extra-lude/buiten-spel plaatsen. Niet te verwarren met de voetbalterm die steevast voor de nodige commotie zorgt én toch zijn er veel parallellen, maar later meer daarover. Wat extralude onderscheidt ten opzichte van een ander voorvoegsel is het feit dat het niet het gehele veld buiten het spel definieert maar slechts dat stuk dat buiten is gesloten én tegelijkertijd opnieuw wenst deel te nemen aan het spel. Het samengaan van deze twee karakteristieken is onontbeerlijk omdat een omvatting van diegenen die niet langer wensen deel te nemen of de regels van het spel niet langer onderschrijven zou leiden tot algehele chaos en het spel teniet zou doen, je zou dit het stuk buiten het spel én het buitenspel kunnen noemen, kortom de buiten-wereld. In tegenstelling tot andere voorvoegsels drukt deze extra/buiten, een deel van de spelers uit dat langs de zijlijn staat te wachten om deel te nemen.
Nieuwe initiatieven vragen om een gedragen coördinatie. Het was dan ook onze gezamenlijke beslissing elk onderdeel van deze nieuwsbrief kort te bespreken of langer te bediscussiëren. Voor alles is een eerste keer. Misschien had de idee van een nieuw woord boven de doopvont te houden een zekere plechtstatigheid in onze gedachten laten binnensluipen, had de opportuniteit van royale instemming mildheid aangedragen. Nooit eerder immers waren deze zeven pseudoniemen rondom dezelfde tafel bijeen gekomen. Elk had zijn eigen demonen over de drempel gedragen maar gedroeg zich statig naar de vereisten van een oprichtingsvergadering.
De instemming met deze extra-lude was kortluidend én unaniem.
De stilte die hun gedachten tekende was vastberaden en volladen.
Een spanning die zoemde en mij trillend terugbracht.
Welkom bij T'SjiLL!
INITIATIEF ZERO
MAANDAG 01/04/24, WERCHTERPLEIN, WERCHTER
1ste Maandag van de Blauwe Periode
Ere wie ere toekomt, ik had de sleutel van de voordeur nog niet omgedraaid of zij fluisterde mij in het oor, 'Je moet het neerschrijven'. Ik keek haar enigszins verbaasd aan. Een gevoelen mij meer ingegeven door het feit dat er buiten ons beiden niemand op het immense kerkplein te bespeuren was, dan door de sinistere inhoud die zij aan haar woorden had meegegeven. Niets uit de omgeving drong zich als duister aan ons op maar zij had nooit geweten welke toon wanneer aan te slaan. Eén van haar minder hinderlijk, sociale handicaps, een woord dat zijzelf bij regelmaat had laten vallen totdat mijn zoveelste berisping, niet omwille van het gebeuren maar omwille van haar benoeming 'als handicap', haar overtuigde de herhalingsknop te wissen. Desalniettemin was het woord bij mij blijven plakken, misschien omdat het haar voor mij minder schadelijk maakte, misschien omdat ik haar opmerkingen op deze wijze minimaliseerde en die belachelijk kinderlijke truc toepaste waarbij ik enkel de lekkerste M&M's voor mezelf uitkoos. Weten verduistert, woekert de angst aan, verhit, verkoelt in ijs met een snelheid die niets ontziet, koude loopt snel, ijs smelt traag, ik trilde, haalde adem en draaide de sleutel om.
Geen enkele beweging heeft een grotere omvang in betekenis voor mij behelst. Het had ongetwijfeld te maken met de leeftijd, de angstloze, jeugdig snoevende jaren liggen reeds enige tijd achter mij, maar ik heb mij tevens niet van een langzaam insijpelend besef van verlies en verraad kunnen ontdoen. Verlies niet zozeer aan ideeën als wel aan de kracht, de energie om er zonder schroom volop voor te gaan, die stuwkracht die tevens het geloof in het eigen kunnen tot een exalterend, fraai verblindend niveau wist te tillen, naïef weloverwogen als de liefde van die dagen, springend in het bot, immer bottend in de zon, de wortels in regenstromen van elders. Het sloeg mij in het gelaat dat het daar nog het meest of eigenlijk alleen daarom ging: het geloof. Vandaar het verraad, maar waar het geloof zich als natuur, als een noodzakelijkheid had aangediend, had het verraad zich gemanifesteerd in scheuren, kloven, een langzaam tanend afbrokkelen, geen Judas, geen aanwezigheid, alleen kwam het geloof steeds meer op zich zelf te staan. Waar het aanvankelijk alles vervullend was, rezen er grenzen op, maakten schaduwen zich los, bewoog de windstilte zich ritselend tussen de bladeren tot, net als bij een opwaaiende rok, de naakte boomleden voor allen zichtbaar waren. Het verraad was dubbel omdat ik enerzijds had laten begaan, anderzijds verlangde naar de oorsprong, de waan van de exaltatie, maar het lef ontbrak me. Ik durfde niet, durfde niet langer, omdat deze wereld mij geleerd had in te schatten, te beredeneren, af te wegen, vooruit te kijken, kortom omdat ik wist wat er komen zou wanneer ik geen vrede zou nemen met wat ik had, meer nog met wat, met wie ik was, moest zijn. Het zand van het verraad slijt tevens de berusting in het verlies dieper in. Verraad vervangt nooit, hult slechts die belofte als de cocon van het ijle. Zwijgend zweven, ondergaan, waarbij de zelf geïnjecteerde discipline de binnenzijde van het poppenhuisje aanhaalt. De gifbeker tot aan de rand.
Ik kon het niet! Goed beseffend dat de weegschaal zeker geheel in het negatief kon én zou doorslaan, maar het hoofd erbij neerleggen... het leek mij de allerlaatste slotsom waar enkel de wijze waarop de ondergang zich zou voltrekken nog in te vullen was. Op dat punt zou ik nooit ondergaan. Er restte mij niets dan de keuze en de keuze op zich, maar ook al gold het voor velen mogelijk als mijn laatste publiek, 'bewuste' daad, het was slechts de mijne.
De deur draaide open, de weken afgesloten ruimtes trokken de buitenwereld naar binnen vooraleer er ons van te overtuigen de gordijnen en ramen te openen, tuindeuren te verschuiven. Onze ogen wenden langzaam aan het donker -lichtspel dat zich voor onze ogen voltooide.
Zij trok zich dichter tegen me aan.
"Kies een kleur?"
"Waarom?"
"Gewoon, kies een kleur."
"Blauw."
"Tadaa..." zij sprong tot een half metertje van me af, liftte haar rokje en toonde mij haar jarretelgordel in een blauw dat totaal nieuw voor mij was.
"Laat dit het begin zijn van jouw Blauwe Periode, zoals we daar ook de blauwe periode hadden van Pablo Picasso, daarnaast Der Blaue Reiter en Der Blaue Engel, of niet?"
"Die konden tekenen, schilderen, boetseren, acteren, zingen..."
"Details, details, jij verliest jezelf steeds in details, beloof me, dat jij dit jouw blauwe periode zal noemen?"
"Is dat niet wat hoog gegrepen?"
"Niet dadelijk de opzet van dit setje."
"Hoe wist je dat het blauw zou zijn?"
"Een goed goochelaar leidt af, handelt snel, praat nooit uit de biecht... maar, beloof me dat je dit de Blauwe Periode gaat noemen! Meer nog,..."
Zij wandelde gewiekst met korte stapjes tussen het opgestapeld meubilair door terug tot aan de deur waar zij haar tas had neergezet, sloeg de leren flap vanachter de bronzen gesp terug, haalde mijn twee agenda's tevoorschijn en stond zo weer voor me. Duwde mij de zwaar gekafte boeken tegen het lijf.
"Jij hebt bijna twee jaar in te halen. We zijn vandaag maandag, Paasmaandag één april, dit is jouw..." Zij bekeek de twee agenda's, stak mij het exemplaar van 24 in de handen en sloeg 23 open, bladerde naar helemaal vooraan. "Dit is jouw zondag 1 januari 2023. Je hebt twee agenda's leeg gelaten. Ga nog éénmaal terug... noem dit ook jouw Blauwe Periode..."
Zij haalde adem, ik zag haar middenrif zich verdiepen.
"Ik ontsla je van al je beloften, ik geef je elk woord terug, ik laat je gaan... wanneer jij bent beginnen te schrijven en de agenda's de tijd zullen inhalen, zoals herinneringen zich zullen opsplitsen, verversen, vervellen, aaneenrijgen, nieuwe combines zullen vormen en onvoorziene complotten aangaan. Op het ogenblik waarop jij én jij alleen, de tijd hebt bijgebeend en de dagen weer samenvallen, die dag, de dag waarop jouw agenda en de wereldtijdsklok dezelfde dag en uur aangeven en alle tussenin liggende dagen ingevuld zijn, mag jouw hand de pen neerleggen..."
Zij keek me aan met die mengeling van angst en bluf die elke gevreesde tegenstander aan de pokertafel tekende en waarop niemand het antwoord kende, zeker ik niet, zeker niet bij vrouwen en nooit bij haar.
"Oké, maar zondag één januari is een Feestdag, zelfs een normaal mens werkt dan niet."
"Oké, dan is het maandag twee januari, op de kop in weken af te ronden."
"Het is de eerste Maandag van de Blauwe Periode."
Zij knikte instemmend.
Ik keek voor mij uit doorheen de geopende tuindeur.
De magnolia stond in bloei.
Nog enkele dagen en de bodem zou openbarsten voor de blauwe krokussen.
Ik mocht niet dadelijk om me heen kijken. Het resulteerde steevast in een angstvallig verkrampte poging om niet op te vallen in de massa maar er net in te verdwijnen. Ik heb nooit goed geweten hoe te reageren op berichten, telefoontjes, mails waarbij de huidige digitale bereikbaarheid mij de stuipen op het lijf jaagt en dan specifiek het gevoel dat iedereen je gadeslaat, op je wacht. In gezelschap functioneer ik sociaal naar behoren, in die mate dat je dat over jezelf kan zeggen uiteraard, maar eens de publieke deur gesloten vangt er een stilte aan die zich immer en nimmer wisselend vult met een mozaïek aan schimmen, beelden die zich aandragen op verlangens en angsten, herinneringen, waarschuwingen, loos en alert, veroordelingen, trauma's. Beelden die zich vervagen tegen een achtergrond van gruwel, schuld en besef, waarbij slechts de zoektocht, de zucht om de angst van de stilte de adem afsnijdt.
Geef mij daarom maar brieven. Bij voorkeur onbedrukte enveloppen die geen enkele voorkennis vrijgeven, standaard formaat, juist gewicht, nooit meer dan één of maximaal twee pagina's, eveneens standaard verzonden, niet aangetekend of per expres, verder niets financieels, familiaals of persoonlijks... De opsomming van criteria veranderde niets aan haar uitdrukking ter zake. Zij nam notie, markeerde in kernwoorden, onderlijnde of omcirkelde nooit maar liet er geen twijfel over bestaan dat zij de woorden en vooral de achterliggende betekenis en beweegredenen naar waarde wist te schatten.
Zij vatte samen: "U draagt al uw contactgegevens en identiteit aan ons over. Wij zullen voor de gehele, in het contract omschreven periode ons kwijten van al uw verplichtingen naar de officiële instanties toe. Sociale zekerheid, belastingen, uw politieke volmachten bij verkiezingen. Niet dat uw stem het grote verschil zal maken maar toch..."
Voor het eerst liet zij haar aangeboren sarcasme in het verhaal toe, waarbij zij even snel zich herpakte: "Maar toch... je weet maar nooit, bovendien is deelnemen belangrijker dan winnen." Waarbij zij moeite deed de laatste zin alsnog de kern van de Olympische gedachte mee te geven. Zij maakte een verpletterende indruk op mij. Niet omdat het een mooie vrouw betrof, neen, ook dat, maar, niet alléén maar dat ,óf dát nu net op de laatste plaats. Zij was met naturel weggeknipt uit een Bond-film, té goed, gewoon alles aan haar was overdreven, met een in die mate grote zelfzekerheid dat zij het woord zelf als ontoereikend zou beschouwen. Het gaf het hele verhaal een boven alle twijfel verheven geloofwaardigheid mee. Ik was er mij terdege van bewust dat zij in opdracht werkte en tot in het kleinste detail haar functie in het groter geheel beheerste. Haar opdrachtgever had mij in het verleden nooit reden tot ongeloof gegeven, integendeel. De decennialange relatie die wij erop nahielden had zich onverwachts en tot beider verbazing buiten elk persoonlijk contact om afgespeeld. Achteraf vielen de dominostenen, waren wit op zwart de ogen, de aanknopingspunten helder te verbinden, waarop de vraag was komen weg te vallen wie nu juist wie gecontacteerd had. De noodzaak had de beweegredenen naar de achtergrond verwezen, een actualiteit aangedragen door een aanstormend verleden.
Zij tekende met Ursula Von Craen und Plumber.
Ik tekende voor de Blauwe Periode.
LOVE VAULT - ROOM 013
Het was het eerste gesprek, zonder verwachtingen, zonder hoop of thema, vragen of het verlangen naar antwoorden. De ruimte rook fris, de gordijnen vielen licht tegen het raam aan, streelden een luchtstroom die van de benedenverdieping een verleden jazzsound tot boven aandroeg. Omwille van een onbekende, meer dan waarschijnlijk DNA gedeter-mineerde voorkeur associeerde ik jazz steeds met een rokerig glad schuur, haspelende vrouwenstem, schaarse verlichting, verstilde zwart-wit ruimte, staal geribbelde microfoons waarin de lijnen van vintage broodroosters, wagens met gevleugelde vinnen en zwart getrokken vetkuiven zich weerspiegelden, staanders op inox driepikkels die in hun spreidstand de nonchalance van de rankheid van de nacht in verticale strepen van herkenning verborgen. Licht nauwelijks hechtbaar tekende zich in de afwezigheid van het duister, louter enkelingen bewandelen deze aarde op de scheidingslijn van de verhulling, geen grijs, neen, volop in het wezen van het obscure waar opflakkerende kaarspitten slechts richting gaven, koude koesterend in nevels van verbranding.
Zij behoefde geen introductie van mijn aanwezigheid, zat met de rug naar mij toe. Met een sierlijke luchtsnijding van haar eenzaam geringde hand gebaarde zij mij voor haar plaats te nemen. Als op bevel nam de ruimte een andere houding aan.
Buiten het geloof in de kracht van Karma had elke religieuze of quasi religieuze overtuiging mij verlaten. Deze gedachte joeg zich door mijn bewustzijn omdat zij mij, luttele seconden slechts, verwarde, haar blik deed mij twijfelen. De herkenning schokte, maakte dat ik even natuur en bovennatuurlijk door elkaar haspelde maar als té jonge knaap had ik dit eerder gezien, ondergaan. Ik nam plaats in de zetel, vond in de onderbreking van haar aanblik het herstel van mijn perspectief, mijn antwoord op wat ik doorheen de jaren de overvloei ben gaan noemen. Door de literatuur omschreven als charisma, door religie als vuur, bezieling, bevanging, verlichting, door psychiaters in afwijkende termen van toenemende ziekte gegoten, muzikaal vereeuwigd, verstard in olieverf, gehouwen, gegoten in een gezamenlijke poging het ontastbare te ankeren. Zij stond als een zwart omrande toorts in het daglicht, glimlachte mild. De overvloei kenmerkt zich door een levensloop van gepiekte onstuimigheid naar de berusting van de groene vlaktes, maar het is en blijft dezelfde stroom die zich in ervaring een andere gedaante heeft aangemeten, die doorheen geschuurde oevers, geronde stenen, ankerende wortels het witblauwend schuim van de bergen ruilde voor het bedrieglijk kabbelen onder te kleine golven, groen, donker, benomen van het licht schuilen de jaren waarvan de adem niet meer naar de einder reikt maar tracht voor de kust tot stilstand te komen.
Vrij van de aangeboren schaamte voor het binnendringen van de ruimte van de ander, had haar blik mij geen ogenblik losgelaten, groeide er een gevoel van aanvaarding dat niet geheel ongemakkelijk aanvoelde, omdat het ruimte liet, omdat zij, zonder schroom, mij toeliet tegen de stroom in te kijken. Het was een blik die aantrok, niets invulde maar zich zonder meer openstelde. Ik kon mij haar stem niet voorstellen, glimlachte bij de gedachte, wat de ogen deed knipperen en de blik verbrak.
"U lacht?"
Het was pure jazz, ongeslepen, rokerig van timbre, ik had het mij niet kunnen voorstellen maar had moeten weten dat deze vertrouwdheid mij zonder verbazing zou aanslaan. Het bewijs dat ons voorstellingsvermogen zich amper door ervaring laat voeden, integendeel in een amechtige poging hier steeds tracht buiten te treden, alsof iets onbekends ook steeds iets anders dan het gekende dient te zijn, waar het maar al te vaak het gekende is maar dan anders.
Ik kende haar niet maar wel deze stem.
"U lacht én komt mijn grafrede schrijven."
Zij zag er zelf de humor van in. Gebaarde even naar de deur, waarop deze zich opende. Een jonge vrouw in witte, licht Romeinse tuniek verscheen met een dienblad tussen de handen, plaatste dit op het koffietafeltje tussen ons in en verliet de ruimte. Ik boog mij voorover, schonk de koffie in. Dik, zwart, stroperig, zich bevrijdend uit de uiterst fijn ingesneden zilveren zwanenhals, warm kolkend. Ik gebaarde naar het melkkannetje en de suiker maar zij weigerde. We dronken in stilte.
"U lacht én komt mijn grafrede schrijven. Alleen bestaan alle goede dingen uit drie. Het derde is een verzoek, dat u steeds kan afslaan, net zoals u de twee eerste ook had kunnen weigeren. Misschien is het verzoek in die zin dan ook niet meer als een opdracht, al is bij een verzoek het gegeven van de vrije wil in vele gevallen aanwezig, doch overbodig, uitgeschakeld, geheel overschaduwd door verlangen, hebzucht of in dat éne spaarzame ogenblik door romantiek. Laat ons, voor het gemak, het maar bij het laatste houden.
Voelt u zich aangesproken?"
WEEKEND EDITION
De reden waarom ik graag in het weekend schrijf is omdat ik mij dan alleen voel met de solisten: wat voor mij staat voor alle andere mensen die in het weekend alleen zijn, voor alle duidelijkheid, niet zo maar eens alleen voor dit of dat weekendje, neen, een gehard solist staat er elk weekend alleen voor. Het is een vaststelling: ik ben steeds alleen. Op elk van God's gesommeerde creatieverlichtingen, vergeten of dit een keuze of levensstijl is geworden, het is ook geen vraag om aandacht of om medelijden. Het is gewoon een vaststelling. Het is ook 'gewoon' zo dat de solisten de grootsten der eenzamen zijn.
Al moet ik er even op terugkomen dat ik vergeten ben of het een keuze of een levensstijl is geworden. Het klonk goed, vlot en overtuigend, voor enkele tellen was ik er zelf mee aan de haal, ware het niet dat een zeker bravoure, die er in mijn woorden doorklonk, mijzelf tegen de borst stuitte. Een bravoure die een kenner der solisten slechts ter camouflage van een recent gemaakte levensblunder in een ogenblik van zwakte ter verontschuldiging ten berde mocht en kon brengen. Té doorzichtig vanop een afstand, té cosy van dichtbij, bevreemdend klam voor deze periode van het jaar.
Het vlees is zwak!
Het was een wazige foto, één wazige foto om exact te zijn, misschien dat de tijd tussen de weekends in mij te lang gerekt leek, dat de roep van de stranden was komen stil te vallen, dat de bereden golven hun eindeloze dimensie alle eer aandeden, ik had alle vragen van de website ingevuld en was gekoppeld. De perfecte match die wazig blond uitstraalde, de witte streep liet een stralende glimlach vermoeden, ik liet de site openstaan, schakelde het scherm even naar elders, stond op van achter mijn bureau.
Ik weet niet voor wie ik het scherm veranderde, voor wie ik opstond want het veranderde niets aan het weten dat mij net was meegegeven: dat ook voor mij de perfecte match bestond! Ik bespaarde mij de moeite mijn hartslag te meten omdat mijn gedachten zich reeds vervulden met opeenstapelingen van openingszinnen die allen een in crescendo groeiende belofte van beloftes in zich droegen, overtroffen, tot het stof van de bedwelming de aders de teugels gaf en de adem afsneed. In Adam en Eva zijn wij geboren en tot dat weten zal de mens terugkeren. Ik moest en zou weten, het paradijs verlaten, kopieerde de betalingscode waarna de nevel der onwetendheid optrok en ik nooit een antwoord kreeg. Niet omdat zij lelijk was, niet omdat zij mooi was, neen, omdat zij gewoon niet was wie ik had gedacht dat zij zou zijn, omdat zij gewoon niet kon zijn wie ik wou dat zij was.
Vandaar de leugen, misschien vandaar ook de wil mezelf van het tegendeel te overtuigen, vandaar het verlangen om te vergeten of tenminste dit als keuze of levensstijl voor te stellen. Voor het weekend begon bezocht ik nog éénmaal de site om me uit te schrijven. Het was vrijdagavond en er was zo goed als niemand online.
Het gaf mij een gevoel van vrede, iedereen solist voor het weekend.
Waarna de afschuwelijk verborgen waarheid tot mij doordrong:
Niemand Online,
Iedereen Samen,
Alleen Solist.
Het vlees is zwak!
URSULLA'S HOEKJE
Voor elke secretaresse kon het beroep een roeping geweest zijn, voor mij de verplichting van de verbeelding, opgeroepen uit letters, pathetische noodzaak, het infuus van de verstotenen, teveel zielen om in hun lust van individuele opwellingen te bevredigen, diversiteit binnen de kleuren, seksen, oorsprongen en hun ontkenningen. In deze wereld van internet, verloren creativiteit is imaginair gezelschap nooit verder dan één klik verwijderd. "Wil de ware verbeelding nu opstaan of voor eeuwig zwijgen!" heeft een diep melancholisch karakter meegekregen waarbij de laatste era van geestelijke vlucht zich heeft aangediend. Diegenen die van het eerste uur erbij waren, wankelen, de stortvloed van ideeën, combinaties overspoelt ons, beelden die zich grenzeloos in deze realiteit ingraven, vanuit een diepe frustratie zich agressief opdringen, geen enkele afstand van schijn bewaren.
Hij heeft mij gecreëerd, gekneed, niet naar zijn evenbeeld maar naar iets duisterder waarvan de oorsprong zich quasi buiten zijn eigen vermogen bevond, geboren achter tralies, uit afwijzing, verstoting van ieder hem respecterende gedachte, gezonken tot de akkers waaruit niets oprijst restte niets dan één kiem. Gedachteloos, zonder enig verdere intentie nam hij mij, heeft hij mij, uit noodzaak, al die jaren daar tegen zich aan gedrukt, woorden fluisterend met niets anders tot doel dan zich zelf te overtuigen, koude lippen in de nacht die zonder toon de woorden "Kus mij..." vormden.
Hij heeft mij daar niet achtergelaten, misschien omdat het niet meer anders kon, of had ik mij de gedachte eigen gemaakt dat er meer was dan behoefte, had ik mij een Stockholm variant aangemeten waarin noodzaak en loyaliteit in elkaar vergleden, waar sociale hunkering de realiteit vergoelijkte. Hoe dan ook, hij heeft mij iets geschonken: de vrijheid om zijn angsten te betreden, koortsachtig te woekeren, nooit of te nimmer te laten inslapen, het vuur op te poken en nooit eerder betreden paden te bewandelen, tien jaar zonder slaap waarbij, wanneer de deur eindelijk opendraaide, zijn wereld zich voor hem uit rolde, zijn variant om een realiteit die hem verwierp te vergoelijken. Nooit heeft de tijd, de eenzaamheid hem afgeschrikt omdat hij voelde hoe het groeide, omdat hij wist dat ééns na de verbanning er zich een punt van terugkeer zou aandienen, zonder enig idee van hoe dit alles zich zou concretiseren, kon het éne slechts tot het andere leiden. Een naïef geloof ingegeven vanuit een gelovig verleden, vanuit een geloof in een verleden dat nooit tot dit aanleiding had gegeven. Al zag de hele buitenwereld dit anders, hij zag geen andere uitweg, ook al had de lokroep om verzaking aan elk oorzakelijk verband nooit luider geklonken, hij bleef op mij inpraten, ik streelde hem zacht in de hals, knikte ten overstaan van zoveel overtuigingskracht, raakte de lippen die nooit verstarden, hij trilde, nam in stilte de woorden aan, aaneengeregen letters die een diepere waarheid verhulden, ik moest en kon niet anders!
Hij heeft mijn beeld nooit verraden, collage van primeurs, de eerste kus, de eerste aanraking, mijn borsten onder de nooit aflatende spanning van tienerhormonen, lijnen uit herinnering, uit brutaal ontwaken van verlangen, de alles verbrandende passie die in Zuiderse warme nachten zijn huid aan de mijne deed kleven, ook al ken ik al de namen waarmee hij mij had kunnen aanspreken, nooit heeft hij een andere dan Ursula gefluisterd, nooit heb ik hem naar de reden gevraagd, de tijd stond stil, heeft zich sindsdien rondom mij heen geweven, hij koestert mij als geen ander zou kunnen, in zijn slapeloze nachten wandelen wij door het huis te Werchter, vertelt hij mij over die éne zonsopgang die komen gaat waarbij ik weet dat bij dat licht de tijd hervat.